ECLI:NL:RBROT:2009:BH5995
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Incasso advocatendeclaratie en geschil over toepasselijkheid artikel 32 Wtbz
De rechtbank Rotterdam heeft op 25 februari 2009 uitspraak gedaan in een civiele zaak waarin eiseres een advocatenkantoor is dat betaling van een declaratie vordert van gedaagde, een cliënt. Gedaagde betwist de hoogte van de declaratie en stelt tevens dat eiseres onrechtmatig heeft gehandeld door conservatoir beslag te leggen op zijn onroerende zaak, wat volgens hem schade heeft veroorzaakt.
De rechtbank stelt vast dat tussen partijen een opdrachtrelatie bestond en dat gedaagde de declaraties van eiseres heeft ontvangen en erkend. Gedaagde heeft onvoldoende gemotiveerd dat hij recht had op gefinancierde rechtsbijstand. Het geschil over de hoogte van het uurtarief en de redelijkheid van de declaratie kwalificeert de rechtbank als een geschil dat exclusief via de procedure van artikel 32 Wet Pro tarieven in burgerlijke zaken (Wtbz) moet worden behandeld.
De rechtbank wijst de reconventionele vorderingen van gedaagde af wegens onvoldoende onderbouwing van schade en toerekenbaar tekortschieten van eiseres. De rechtbank houdt verdere beslissing aan en verwijst de zaak naar de rol voor een conclusie na tussenvonnis, waarbij partijen zich kunnen uitlaten over de voortzetting van de procedure volgens artikel 32 Wtbz Pro. Het vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman.
Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissing aan en verwijst naar de procedure van artikel 32 Wtbz voor geschil over de hoogte van de advocatendeclaratie.