ECLI:NL:RBROT:2009:BH5641
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vrijwaringsvordering en onderlinge draagplicht na sloopwerkzaamheden
In deze civiele procedure staat centraal de vraag of SBO gehouden is om eiseres te vrijwaren voor schade die voortvloeit uit sloopwerkzaamheden aan panden te Rotterdam. SBO sloot een aannemingsovereenkomst met eiseres en een derde partij voor sloopwerkzaamheden in 1994. Eiseres stelt dat SBO tekort is geschoten door onder meer het niet afsluiten van een CAR-verzekering en het nalaten van juiste informatieverstrekking.
De rechtbank stelt vast dat het gerechtshof Den Haag eerder heeft bepaald dat eiseres SBO mag oproepen in vrijwaring wegens het niet afsluiten van de CAR-verzekering. Verder is in de hoofdzaak reeds vastgesteld dat zowel SBO als eiseres aansprakelijk zijn voor de schade aan de panden van een derde partij, en dat zij hoofdelijk aansprakelijk zijn.
In de onderhavige vrijwaringszaak wordt geoordeeld dat beslissingen in het incident niet bindend zijn voor de hoofdzaak, en dat de rechtbank de volledige beoordeling van het geschil zal verrichten. SBO krijgt de gelegenheid om zich uit te laten over de door eiseres aangevoerde gronden. De rechtbank wijst erop dat de onderlinge draagplicht tussen SBO en eiseres zal worden vastgesteld op basis van artikel 6:102 en Pro 6:101 BW.
De vordering van eiseres tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen wegens gebrek aan grondslag, en de verjaring van de vordering wegens het niet afsluiten van de CAR-verzekering wordt door SBO aangevoerd. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere processtukken van SBO, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissing aan en verwijst de zaak voor nadere processtukken van SBO.