ECLI:NL:RBROT:2009:BH4679
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Fiege
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor cadmiumbodemverontreiniging en kosten sanering
Ferro gebruikte van 1967 tot 1986 een locatie voor productie waarbij cadmium en cadmiumoxide werden ingezet. Ondanks Hinderwetvergunningen met emissievoorwaarden ontstond ernstige bodem- en waterbodemverontreiniging met cadmium. De Staat stelde Ferro aansprakelijk voor de kosten van sanering en onderzoek.
Ferro voerde verjaring aan en betwistte onrechtmatig handelen, onder meer omdat zij vergunningen bezat en emissies binnen toegestane grenzen zouden zijn gebleven. De Staat stelde dat Ferro de vergunningen had overtreden door hogere emissies dan toegestaan en door het nalaten van maatregelen tegen bodemverontreiniging.
De rechtbank verwierp het verjaringsverweer en oordeelde dat Ferro alleen aansprakelijk kan zijn indien zij in strijd met wettelijke plichten heeft gehandeld. De rechtbank achtte onvoldoende bewezen dat Ferro de vergunning van 1967 had overtreden, maar stelde dat de overtreding van latere vergunningen en de omvang van emissies nader onderzocht moeten worden. Ook werd een deskundigenbericht bevolen om technische en milieukundige vragen te beantwoorden.
De rechtbank wees erop dat Ferro mogelijk onrechtmatig heeft gehandeld door het niet naleven van emissie-eisen en het deponeren van afvalstoffen, maar dat hierover nog nadere feiten en deskundigenonderzoek nodig zijn. De zaak werd aangehouden voor nadere conclusies en deskundigenrapportage.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en verwijst de zaak voor deskundigenonderzoek en nadere conclusies.