ECLI:NL:RBROT:2009:BH4140
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand en illegale onderverhuur
Woonstad, een woningcorporatie, vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van een woning die door [moeder] wordt gehuurd en door [dochter] wordt bewoond. De vordering is gebaseerd op een aanzienlijke huurachterstand en vermoedens van illegale onderverhuur of ingebruikgeving.
Uit huisbezoeken en rapportages blijkt dat [moeder] mogelijk niet in de woning woont, maar elders is ingeschreven en verblijft, terwijl [dochter] en haar zoon de woning feitelijk bewonen. Ondanks aanmaningen bleef de huurachterstand oplopen. Woonstad heeft de huurovereenkomst opgezegd en de ontruiming geëist.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering in kort geding toewijsbaar is, omdat de tekortkomingen van [moeder] voldoende aannemelijk zijn en de situatie spoedeisend is. De ontruiming wordt bevolen binnen tien weken, met een veroordeling tot betaling van de huurachterstand en kosten. De vordering jegens [dochter] wordt gegrond verklaard vanwege haar verblijf zonder recht of titel.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en moeder en dochter worden veroordeeld tot ontruiming binnen tien weken en betaling van de huurachterstand.