ECLI:NL:RBROT:2009:BH3176

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
274710 / HA ZA 06-3446
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.W. Vogels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 71 lid 2 RvArt. 71 lid 3 RvArt. 93 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Effectenlease en doorlopend krediet: geschil over nietigheid en vernietiging van overeenkomsten

De rechtbank Rotterdam behandelt een civiele procedure tussen DSB Bank N.V. en twee gedaagden over vorderingen en reconventionele vorderingen inzake een effectenleaseovereenkomst 'Hollands Welvaren Select' en een doorlopend krediet uit 2000. DSB vordert betaling van openstaande bedragen, terwijl gedaagden de nietigheid, vernietiging of ontbinding van de overeenkomsten vorderen met terugbetaling en schadevergoeding.

De rechtbank constateert dat er veel jurisprudentie bestaat over soortgelijke zaken, met name de Dexia-zaken, en dat de Hoge Raad naar verwachting spoedig een arrest zal wijzen dat relevant is voor deze procedure. Daarom besluit de rechtbank de zaak aan te houden tot het arrest van de Hoge Raad is gewezen, waarbij partijen zich bij akte kunnen uitlaten over de aanhouding en over de vraag of de zaak naar de kantonrechter moet worden verwezen.

De rechtbank wijst erop dat de kwalificatie van de overeenkomsten als huurkoopzaak van belang is voor de bevoegde rechter en dat ambtshalve verwijzing naar de kantonrechter mogelijk is. Partijen krijgen de gelegenheid zich hierover nader uit te laten. De zaak wordt verwezen naar de rol van 28 januari 2009 voor verdere procedurele stappen.

De uitspraak is gewezen door mr. H.W. Vogels en uitgesproken in het openbaar op 14 januari 2009.

Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan in afwachting van een arrest van de Hoge Raad en verwijst partijen naar de rol voor nadere uitlatingen over aanhouding en mogelijke verwijzing naar de kantonrechter.

Uitspraak

Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 274710 / HA ZA 06-3446
Uitspraak: 14 januari 2009
VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:
de naamloze vennootschap DSB BANK N.V.,
gevestigd te Wognum,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. F.L.J. van Wersch,
- tegen -
1. [gedaagde 1],
2. [gedaagde 2],
beiden wonende te [woonplaats],
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
advocaat mr. J.W. Bitter.
Partijen worden hierna aangeduid als "DSB" respectievelijk "[gedaagde 1] en [gedaagde 2]".
1. Het verloop van het geding
De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende stukken:
de dagvaarding van 8 december 2006, met bijlagen (4 pagina’s);
de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, met producties 1 tot en met 6;
de conclusie van repliek in conventie, tevens antwoord in reconventie, met producties 1 tot en met 14;
de conclusie van dupliek in conventie, tevens repliek in reconventie;
de conclusie van dupliek in reconventie, met producties 1 tot en met 17;
de akte uitlating producties.
2. Het geschil
2.1 DSB vordert in conventie van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op grond van een in 2000 gesloten overeenkomst "Hollands Welvaren Select" betaling van een bedrag van € 6.451,36 en op grond van een in 2000 gesloten overeenkomst van doorlopend krediet betaling van een bedrag van € 16.552,81, in beide gevallen te vermeerderen met rente.
2.2 [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voeren hiertegen verweer en vorderen in reconventie -kort gezegd- (primair) een verklaring dat de overeenkomsten nietig of buitengerechtelijk vernietigd zijn, althans de overeenkomsten te vernietigen, met veroordeling van DSB tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen met betrekking tot voormelde overeenkomsten alsmede tot vergoeding van de (gevolg)schade, steeds te vermeerderen met wettelijke rente, (subsidiair) een verklaring dat de overeenkomsten buitengerechtelijk vernietigd zijn, althans de overeenkomsten te vernietigen, met veroordeling van DSB tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen met betrekking tot voormelde overeenkomsten alsmede tot vergoeding van de (gevolg)schade, steeds te vermeerderen met wettelijke rente,
(meer subsidiair) een verklaring dat (i) de overeenkomsten buitengerechtelijk ontbonden zijn, althans de overeenkomsten te ontbinden, (ii) DSB aansprakelijk is voor de schade en gevolgschade daarvan en (iii) de schade onder meer bestaat uit de inleg, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, met veroordeling van DSB tot betaling van voormelde schade, en
(nog meer subsidiair) een verklaring dat (i) DSB onrechtmatig heeft gehandeld, (ii) DSB aansprakelijk is voor de schade en gevolgschade daarvan en (iii) de schade onder meer bestaat uit de inleg, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, met veroordeling van DSB tot betaling van voormelde schade.
Voorts vorderen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de ongedaanmaking van de BKR-registratie.
DSB voert op haar beurt verweer tegen deze reconventionele vorderingen.
3. De beoordeling
3.1 Vaststaat dat partijen in september 2000 voor fl. 21.750,= een overeenkomst van effectenkrediet hebben gesloten, waarbij een effectenportefeuille is aangekocht. Deze overeenkomst is genaamd "Hollands Welvaren Select". Ook hebben partijen in augustus 2000 een overeenkomst van doorlopend krediet ten belope van fl. 34.484,= gesloten. Voormelde overeenkomsten vormen de grondslag voor de in deze procedure over en weer ingestelde vorderingen.
3.2 Vastgesteld moet worden dat over de onderhavige materie inmiddels veel jurisprudentie is verschenen, met name van de rechtbank en van het gerechtshof in Amsterdam in de zogenoemde Dexia-zaken. In deze jurisprudentie komt een belangrijk deel van de ook in de onderhavige procedure spelende geschilpunten aan de orde, onder meer over de bijzondere zorgplicht van banken en over rol van tussenpersonen en de vraag of deze als hulppersonen kunnen worden aangemerkt.
Van belang is dat de Hoge Raad naar verwachting in februari of maart 2009 uitspraak kan doen in een in cassatie aanhangig gemaakte effectenleasezaak (zie: rechtspraak.nl onder rechtbank Amsterdam: persbericht van 25 november 2008).
3.3 Het opgetreden tijdverlies ten spijt, bestaat op grond van een goede en efficiënte procesorde aanleiding deze procedure aan te houden totdat de Hoge Raad vorenbedoelde uitspraak heeft gedaan. Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld zich hierover bij akte uit te laten.
Verwacht mag worden dat partijen dan in staat zullen zijn hun geschil onderling door middel van een schikking te regelen. Indien dat niet het geval mocht zijn, mag van partijen worden verlangd in deze procedure aan te geven welke geschilpunten nog resteren gelet op de dan bekende jurisprudentie.
3.4 Voorts dient de vraag onder ogen te worden gezien of het onderhavige geschil een zaak betreffende een huurkoopovereenkomst is, in welk geval op grond van artikel 93 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) de zaak niet door de sector civiel recht maar door de kantonrechter (van de sector kanton van de rechtbank Rotterdam) dient te worden behandeld.
Op grond van artikel 71 lid 2 Rv Pro kan ambtshalve verwijzing plaatsvinden naar de kantonrechter. De rechtbank dient op grond van artikel 71 lid 3 Rv Pro de vraag of de zaak dient te worden verwezen naar de kantonrechter te beantwoorden aan de hand van haar voorlopige oordeel over het onderwerp van het geschil. Alvorens omtrent verwijzing te beslissen dienen partijen in de gelegenheid te zijn geweest zich hierover uit te laten. Partijen hebben reeds gedebatteerd over de kwalificatie van de tussen hen gesloten overeenkomsten, doch kunnen zich bij akte desgewenst nader uitlaten met het oog op de vraag of verwijzing naar de kantonrechter dient plaats te vinden.
3.5 De zaak zal naar de rol worden verwezen voor het nemen van een akte respectievelijk antwoordakte, waarin partijen zich (uitsluitend) kunnen uitlaten over voormelde aanhouding in afwachting van het arrest van de Hoge Raad en over de vraag of de zaak naar de kantonrechter dient te worden verwezen.
4. De beslissing
De rechtbank
verwijst de zaak naar de rol van woensdag 28 januari 2009 om partijen, DSB als eerste, in de gelegenheid te stellen zich bij akte respectievelijk antwoordakte uit te laten als hiervoor aangegeven;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.W. Vogels.
Uitgesproken in het openbaar.
[1954/1694]