ECLI:NL:RBROT:2009:BH2461
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Boer
- Reinds
- Van Ginneken
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak valse kapingsmelding en veroordeling voor bedreiging en drugsbezit
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen de verdachte die op 26 augustus 2008 valse meldingen deed bij alarmnummer 1-1-2 over een dreigende kaping van een Transavia-vlucht HV207 door Al Qaida terroristen. De rechtbank oordeelde dat het vliegtuig volgens de strafrechtelijke definitie in vlucht was, maar dat het gevaar voor het vliegtuig niet voorzienbaar was vanwege de lange tijd tussen melding en geplande vertrektijd. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit van het veroorzaken van gevaar voor een vliegtuig in vlucht.
Subsidiair werd verdachte ook vrijgesproken van een valse bommelding omdat hij niet expliciet een bom noemde. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte opzettelijk het alarmnummer misbruikte en dat hij de bemanning van het vliegtuig bedreigde met een terroristisch misdrijf door melding te maken van een kaping door Al Qaida. Daarnaast werd vastgesteld dat verdachte op 19 augustus 2008 cocaïne en heroïne bij zich had.
De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn verstandelijke beperking, verslaving en verminderd toerekeningsvatbaarheid. Gezien de ernst van de feiten en eerdere veroordelingen werd een gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een bijzondere voorwaarde opgelegd dat verdachte zich moet houden aan aanwijzingen van de reclassering, waaronder klinische behandeling in een forensische verslavingskliniek.
De rechtbank wees vorderingen tot materiële schadevergoeding af omdat het voorkomen van vertraging niet het beschermde belang is van de strafbepaling. Immateriële schade wegens schrik en onrust werd wel erkend en toegekend aan 30 benadeelde partijen, waaronder passagiers en een bemanningslid, met een bedrag van €100 per persoon.
Tot slot werd de tenuitvoerlegging gelast van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van één week wegens mishandeling, omdat de verdachte binnen de proeftijd nieuwe strafbare feiten had gepleegd.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van valse kapingsmelding, veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk voor bedreiging en drugsbezit.