ECLI:NL:RBROT:2009:BH1741
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Asscheman-Versluis
- Holthuis
- Van de Ven
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs aanranding en poging tot verkrachting
Op 15 juni 2007 ontmoetten verdachte en aangeefster elkaar bij verdachte thuis, waar zij samen een dvd-film bekeken en seksuele handelingen plaatsvonden. Verdachte ontkende steeds de beschuldigingen dat hij aangeefster met geweld tot seksuele handelingen had gedwongen. Aangeefster verklaarde dat alle seksuele handelingen tegen haar wil waren en dat verdachte geweld gebruikte, wat zou hebben geleid tot blauwe plekken en een kapotte rits van haar spijkerbroek.
De rechtbank nam kennis van verklaringen van aangeefster, haar vader en diverse getuigen, maar concludeerde dat geen van deze verklaringen onafhankelijk bewijs leverden voor het gebruik van geweld. Zo ontbraken sporen van letsel in de aangifte van de vader en meldde een getuige geen zichtbare sporen van geweld of beschadigde kleding. De rechtbank vond het bovendien onwaarschijnlijk dat verdachte de strakke spijkerbroek met één hand kon uittrekken terwijl hij bovenop haar lag en zij zich verzette.
De officier van justitie had vrijspraak gevorderd voor de poging tot verkrachting en bewezenverklaring van aanranding, maar de rechtbank oordeelde dat ook de aanranding niet wettig en overtuigend was bewezen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten. De rechtbank concludeerde dat niet buiten redelijke twijfel vaststond dat verdachte aangeefster heeft gedwongen tot seksuele handelingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot verkrachting en aanranding wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.