ECLI:NL:RBROT:2009:BH1740
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Asscheman-Versluis
- Holthuis
- Van de Ven
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke brandstichting in woning met gemeen gevaar
Op 11 januari 2008 stichtte de verdachte opzettelijk brand in haar woning te Capelle aan den IJssel door vuur van een lucifer en/of sigaret in aanraking te brengen met een deken, waardoor de deken en bank in brand raakten. De brand veroorzaakte hevige rookontwikkeling en bracht bewoners van naast- en bovengelegen appartementen in levensgevaar.
De verdachte had kort voor de brand meerdere pogingen tot zelfdoding gedaan en verklaarde tegenover de politie en haar buurman dat zij de brand had gesticht omdat zij dood wilde. De rechtbank achtte deze verklaringen en het reclasseringsrapport overtuigend bewijs voor opzet, en verwierp het verweer dat sprake was van een ongeluk.
De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 180 uur. Tevens werd een bijzondere voorwaarde opgelegd dat de verdachte zich gedurende de proeftijd moet houden aan aanwijzingen van de reclassering, gericht op het accepteren van begeleiding voor haar problemen.
De straf is mede gebaseerd op de ernst van de brand, het gemeen gevaar voor goederen en personen, en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder haar leeftijd en het ontbreken van eerdere veroordelingen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een werkstraf van 180 uur wegens opzettelijke brandstichting met gemeen gevaar.