ECLI:NL:RBROT:2009:BH1012
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.I. van Strien
- R.H.L. Dallinga
- J.E. Hoitink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit tijdelijke parkeerplaatsen wegens procedurefout, rechtsgevolgen in stand gelaten
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Albrandswaard, waarbij vrijstelling werd verleend voor het realiseren van tijdelijke parkeerplaatsen op een locatie binnen het bestemmingsplan "Rhoon Dorp". Eiser 1 en eiser 2 maakten bezwaar tegen het besluit, waarbij eiser 2 stelde dat zijn zienswijze niet was betrokken bij het besluit.
De rechtbank stelde vast dat verweerder ten onrechte niet de zienswijze van eiser 2 had betrokken, waardoor een essentieel onderdeel van de procedure onjuist was toegepast. Dit leidde tot vernietiging van het bestreden besluit. Desondanks werden de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten, omdat voldoende objectieve aanknopingspunten aanwezig waren dat de afwijking van het bestemmingsplan binnen de maximaal toegestane termijn van vijf jaar ongedaan zou worden gemaakt.
Verweerder had na het besluit alsnog de zienswijzen van eiser 2 beoordeeld en gemotiveerd dat de tijdelijke parkeerplaatsen geen significante milieuschade veroorzaken en dat de locatie geschikt is om de parkeerproblematiek in het centrum van Rhoon tijdelijk te verlichten. De rechtbank vond dat de belangen van eiser 1 en 2 voldoende waren meegewogen en dat het beroep van eiser 1 ongegrond was. De rechtbank bepaalde tevens dat de gemeente het griffierecht van eiser 2 moest vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door mr. A.I. van Strien, voorzitter, en mr. R.H.L. Dallinga en mr. J.E. Hoitink, leden, op 23 januari 2009.
Uitkomst: Het besluit tot vrijstelling voor tijdelijke parkeerplaatsen wordt vernietigd wegens procedurefout, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.