ECLI:NL:RBROT:2008:BJ5364
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Hofmeijer-Rutten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en passendheid arbeid bij arbeidsongeschiktheidsverzekering
In deze civiele procedure staat de vraag centraal of eiser recht heeft op een uitkering op grond van een arbeidsongeschiktheidsverzekering bij Avero. Na eerdere tussenvonnissen is een deskundigenonderzoek gelast waarbij een medisch adviseur en een arbeidskundige de beperkingen van eiser hebben beoordeeld.
De medisch adviseur concludeert dat de rug- en artroseklachten van eiser niet in de beperkingenlijst zijn meegenomen, maar verklaart dit vanwege het ontbreken van voldoende medische documentatie en het ontbreken van functiestoornissen bij onderzoek. De arbeidskundige baseert zich op deze medische beoordeling en concludeert dat eiser niet meer in staat is zijn oorspronkelijke veelzijdige functie uit te oefenen, maar wel passend ander, minder complex werk kan doen. Dit vertaalt zich in een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25-35%.
Eiser betwist de medische beoordeling en het niet meenemen van de rug- en artroseklachten, maar de rechtbank oordeelt dat de medisch adviseur adequaat heeft gehandeld en dat eiser onvoldoende nieuwe medische informatie heeft aangeleverd om herziening te rechtvaardigen. Ook de arbeidskundige rapportage wordt door de rechtbank aanvaard, inclusief de gehanteerde methode om beperkingen te vertalen naar een percentage arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank wijst erop dat partijen zich nog kunnen uitlaten over een subsidiaire bepaling in de polis en andere procespunten. De zaak wordt aangehouden voor nadere akten, waarbij eiser het woord krijgt. Tot die tijd wordt geen verdere beslissing genomen.
Uitkomst: De rechtbank aanvaardt de deskundigenrapporten en stelt vast dat eiser 25-35% arbeidsongeschikt is; verdere beslissing wordt aangehouden.