ECLI:NL:RBROT:2008:BH1060
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding voor sportschool door vestiging heroïneverstrekkingspunt naast pand
De zaak betreft een sportschooleigenaar die schade heeft geleden door de vestiging van een heroïneverstrekkingspunt naast zijn sportschoolpand. De Gemeente Rotterdam is reeds aansprakelijk gesteld voor deze schade, maar de omvang ervan staat ter discussie.
De sportschool werd sinds 1994 geëxploiteerd in een gehuurd pand, waarna de Gemeente in 1996 aankondigde een heroïneverstrekkingspunt in het naastgelegen pand te vestigen. Dit leidde tot opzeggingen van leden en een aanzienlijke omzetdaling. Het hof verklaarde de Gemeente aansprakelijk voor deze schade en veroordeelde tot vergoeding.
In deze procedure wordt de omvang van de schade vastgesteld. De rechtbank bespreekt diverse schadeposten, waaronder gederfde inkomsten, gemiste goodwill, kosten van de verhuurder, advocaat- en accountantskosten, en belastingnadeel. De rechtbank oordeelt dat de sportschool winstgevend was en dat de schadeberekening op basis van een jaarwinst van €25.000 in 1996, geïndexeerd met inflatie, redelijk is. Daarnaast worden kosten voor procedures en deskundigen deels toegewezen. De rechtbank wijst op de noodzaak van een nadere berekening en stelt partijen in de gelegenheid hierover overeenstemming te bereiken of een deskundige te laten benoemen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de schadevergoeding toe onder voorwaarden en verwijst partijen naar nadere berekening en overeenstemming.