ECLI:NL:RBROT:2008:BG9092
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Buizer
- Van ‘t Hul
- Schols
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor opzet en veroordeling voor schuld bij invoer en bezit heroïne als vrachtwagenchauffeur
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak van een verdachte die als chauffeur een vrachtwagencombinatie van Turkije via Duitsland naar Nederland reed, waarbij ongeveer 43 kilogram heroïne werd vervoerd. Uit verklaringen, afgeluisterde telefoongesprekken en observaties bleek dat verdachte geen wetenschap had van de heroïne in de vrachtwagen, waardoor opzet niet bewezen kon worden en hij daarvan werd vrijgesproken.
Wel werd vastgesteld dat verdachte zich bewust had moeten zijn van ongewone omstandigheden, zoals het anders rijden dan gepland, de aanwezigheid van zijn werkgever achter de vrachtwagen en het manipuleren van de lading door een medeverdachte. De rechtbank oordeelde dat verdachte nalatig was geweest door niet te handelen bij deze aanwijzingen, waardoor hij schuld had aan het invoeren en aanwezig hebben van de heroïne.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot vijf maanden hechtenis, rekening houdend met zijn onschuld ten aanzien van opzet en zijn eerdere strafvrije verleden voor Opiumwetdelicten. De opgelegde straf is aanzienlijk lager dan de eis van drie jaar gevangenisstraf. De tijd in voorlopige hechtenis wordt op de straf in mindering gebracht.
De zaak benadrukt het verschil tussen opzet en schuld in drugszaken en de verantwoordelijkheid van een chauffeur bij het vervoeren van goederen, ook als hij niet direct betrokken is bij de drugshandel.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van opzet en veroordeeld tot vijf maanden hechtenis voor schuld bij invoer en bezit van heroïne.