ECLI:NL:RBROT:2008:BG8963
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- H. van Lokven-van der Meer
- M.C. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in bestuursrechtelijke beroepsprocedures
Op 5 december 2008 werd door de rechter aan de rechtbank Rotterdam een aanvang gemaakt met de behandeling van twee bestuursrechtelijke beroepsprocedures van verzoeker tegen het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Tijdens deze zitting diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechter, stellende dat deze partijdig had gehandeld door de behandeling van één van de zaken te heropenen na een eerdere sluiting, onder invloed van emotie van een vertegenwoordiger van de gemeente.
De rechter heeft schriftelijk gereageerd en ontkende elke vorm van vooringenomenheid. De wrakingskamer heeft de processtukken bestudeerd en de zitting van 23 december 2008 gehouden, waarbij verzoeker en zijn advocaat hun standpunt nader toelichtten.
De wrakingskamer oordeelde dat wraking alleen kan slagen bij uitzonderlijke omstandigheden die zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid opleveren. Uit de feiten bleek dat de rechter zorgvuldig heeft afgewogen welke zaken behandeld konden worden, rekening houdend met de voorbereiding van partijen en het belang van een ordentelijke procedure. De vermeende emotionele reactie van de gemeentelijke vertegenwoordiger bood geen grond voor wraking.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing werd op 23 december 2008 uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam, waarbij de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter werden bevestigd.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.