ECLI:NL:RBROT:2008:BG8357
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Fiege
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid Subat voor restverontreiniging na bodemsanering tankstation
De zaak betreft een geschil tussen [eiser], exploitant van een tankstation, en Subat, de stichting belast met bodemsanering van tankstations. [Eiser] stelde dat Subat tekort was geschoten door restverontreiniging achter te laten na sanering van de bodem en het grondwater op zijn perceel.
De rechtbank stelde vast dat Subat een inspanningsverbintenis had om de bodemsanering uit te voeren conform het goedgekeurde saneringsplan of een evaluatierapport. Uit het evaluatierapport bleek dat een restverontreiniging was achtergebleven, waarvoor nazorg door de eigenaar was vereist. [Eiser] stelde dat Subat een ander, minder effectief onttrekkingssysteem had toegepast dan in het saneringsplan was voorzien.
Subat voerde verjaring aan voor de vordering gebaseerd op de aanwezigheid van restverontreiniging, omdat [eiser] al in januari 2001 op de hoogte was van de restverontreiniging. De rechtbank oordeelde dat dit beroep op verjaring slaagt voor dat deel. Voor de vordering gebaseerd op de afwijking van het onttrekkingssysteem en onjuiste uitvoering faalt het verjaringsverweer, omdat [eiser] hiervan pas in januari 2002 met de second opinion op de hoogte was.
De rechtbank oordeelde dat Subat de vrijheid had om van het saneringsplan af te wijken mits dit in het evaluatierapport verantwoord werd. De afwijking was verantwoord, maar het gebruikte systeem had geen aantoonbaar effect op de verontreiniging onder de winkel. Subat had moeten weten dat het systeem onvoldoende resultaat zou leveren, maar omdat het een inspanningsverbintenis betrof, is dat niet per definitie een tekortkoming.
De rechtbank hield de zaak aan om partijen in de gelegenheid te stellen nadere stellingen te nemen over de tekortkoming en het saneringssysteem, alsmede over de schade en het te verwachten resultaat bij juiste nakoming.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de vordering deels verjaard is en houdt de zaak aan voor nadere onderbouwing over tekortkoming en schade.