ECLI:NL:RBROT:2008:BG8348
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Cooijmans
- Fiege
- Van der Wind
- Rechtspraak.nl
Vrijwaring voor bodemverontreiniging met asbest bij overdracht sociale huurwoningen
In deze civiele zaak draait het om de vraag of de gemeente Ridderkerk krachtens een vrijwaringsclausule in de leveringsakte uit 1994 gehouden is Woonvisie te vrijwaren voor kosten als gevolg van bodemverontreiniging met asbest die tijdens sloopwerkzaamheden in 2006 werd aangetroffen.
De rechtbank stelt vast dat de asbestverontreiniging afkomstig is van gefragmenteerde asbestcementleidingen die reeds bij de overdracht in 1994 in de bodem aanwezig waren. De gemeente betwistte dit, maar kon haar stellingen onvoldoende onderbouwen. De rechtbank concludeert dat de vrijwaringsclausule bedoeld is om Woonvisie te beschermen tegen milieuschade die ten tijde van de overdracht al bestond.
De rechtbank overweegt dat het begrip 'streefwaarde' in de clausule niet beperkt mag worden tot officieel vastgestelde normen, maar moet worden uitgelegd als bodemverontreiniging die schadelijk is volgens de toen geldende inzichten. Omdat niet duidelijk is of asbestverontreiniging in 1994 als zodanig werd beschouwd, wordt een deskundigenbericht gevraagd.
De vordering tot vergoeding wordt aangehouden totdat het deskundigenbericht is ontvangen. Daarnaast wordt een eiswijziging van Woonvisie betreffende een aanvullende grondslag afgewezen wegens strijd met de goede procesorde.
Uitkomst: De gemeente wordt gehouden Woonvisie te vrijwaren voor bodemverontreiniging met asbest aanwezig bij overdracht in 1994, maar beslissing over schade wordt aangehouden voor deskundigenbericht.