ECLI:NL:RBROT:2008:BG8170
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Mentink
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid huwelijksvermogensrecht bij aansprakelijkheid voor kredietovereenkomst na echtscheiding
In deze civiele zaak staat centraal of [opposante] aansprakelijk kan worden gehouden voor schulden die haar ex-echtgenoot [persoon 1] is aangegaan bij IDM Financieringen B.V. De kredietovereenkomst, gedateerd 24 juli 2002, bevat een betwiste handtekening waarvan een schriftexpert concludeerde dat deze waarschijnlijk niet door [opposante] is gezet. IDM wijzigde daarop haar eis en stelde zich primair op het standpunt dat [opposante] hoofdelijk aansprakelijk is op grond van het Nederlandse huwelijksvermogensrecht.
De rechtbank oordeelt dat de wijziging van de eis niet onredelijk is en dat [opposante] inhoudelijk heeft kunnen reageren, zodat geen strijd met de goede procesorde is. Vervolgens wordt vastgesteld dat het toepasselijke huwelijksvermogensrecht moet worden bepaald aan de hand van het Nederlandse internationaal privaatrecht. Omdat [persoon 1] en [opposante] in Turkije zijn gehuwd, stelt de rechtbank dat Turks recht van toepassing kan zijn, tenzij partijen anders overeenkomen.
Indien Turks recht van toepassing is, is [opposante] niet aansprakelijk voor de schulden van [persoon 1], omdat volgens Turks recht iedere echtgenoot alleen aansprakelijk is voor zijn eigen schulden. Indien Nederlands recht van toepassing is, geldt dat [opposante] na ontbinding van de gemeenschap slechts voor de helft aansprakelijk is voor de schuld. De rechtbank verwijst de zaak naar de rol voor nadere aktewisseling over het toepasselijke recht en wijst de eiswijziging van IDM toe.
Uitkomst: De rechtbank wijst de eiswijziging toe en verwijst de zaak naar de rol voor nadere behandeling over het toepasselijke huwelijksvermogensrecht.