ECLI:NL:RBROT:2008:BG7510
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen dwangbevel en dwangsommen wegens vermeende permanente bewoning recreatiewoning
De eigenaren van een recreatiewoning te Ouddorp werden door de gemeente geconfronteerd met een last onder dwangsom wegens permanente bewoning in strijd met het bestemmingsplan. De gemeente stelde dat de woning als hoofdverblijf werd gebruikt, wat verboden is, en legde een dwangbevel op tot betaling van € 25.000,- aan verbeurde dwangsommen plus invorderingskosten.
De eigenaren voerden aan dat zij aan de last hadden voldaan en geen dwangsommen hadden verbeurd. Zij betwistten ook de hoogte van de invorderingskosten. De gemeente baseerde haar stelling op visuele controles door MB-All en het feit dat de hypotheekrenteaftrek werd toegepast, wat duidt op permanente bewoning.
De rechtbank stelde vast dat het dwangsom-besluit formele rechtskracht heeft en dat de gemeente de bewijslast draagt om aan te tonen dat de permanente bewoning voortduurde in de periode mei 2006 tot en met maart 2007. De eigenaren hadden gemotiveerd betwist dat zij de woning permanent bewoonden. Gezien de omstandigheden en het bewijs vond de rechtbank dat de gemeente onvoldoende bewijs had geleverd.
De zaak werd verwezen naar de rol om de gemeente in de gelegenheid te stellen bewijs aan te leveren. De rechtbank hield verdere beslissing aan en wees het verzet niet af. De voorwaardelijke vordering van de gemeente tot betaling van het dwangsombedrag werd onvoldoende onderbouwd geacht en lag gereed voor afwijzing. De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank houdt het dwangbevel aan en verwijst de gemeente in de gelegenheid bewijs te leveren van permanente bewoning.