ECLI:NL:RBROT:2008:BG6732
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Buchner
- Van der Ven
- Hamaker
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak ondanks aanmerkelijke nalatigheid verpleegkundige bij verdrinking geestelijk gehandicapte
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak van een gediplomeerd verpleegkundige die werd beschuldigd van dood door schuld wegens het nalaten van direct toezicht op een geestelijk gehandicapte patiënt met epilepsie tijdens het baden. Het slachtoffer, die functioneerde op het niveau van een peuter en frequent epileptische aanvallen had, werd zonder direct toezicht in een met water gevuld bad achtergelaten, wat resulteerde in verdrinking en overlijden.
De rechtbank stelde vast dat de verdachte aanmerkelijk nalatig had gehandeld door het slachtoffer alleen te laten, ondanks de kennis van diens epilepsie en de geldende protocollen die direct toezicht voorschreven. De verdediging voerde aan dat de zorginstelling tekort was geschoten in toezicht en dat de verdachte handelde volgens de praktijknorm, maar dit verweer werd verworpen.
Hoewel de schuld van de verdachte wettig en overtuigend was bewezen, besloot de rechtbank geen straf of maatregel op te leggen. De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, haar emotionele lijden en het feit dat zij niet eerder was veroordeeld. De verdachte werd vrijgesproken van het opzettelijk in hulpeloze toestand brengen van het slachtoffer.
De zaak illustreert de complexe afweging tussen professionele verantwoordelijkheid en menselijke fouten binnen de zorg, waarbij de rechtbank een schuldigverklaring uitsprak zonder strafoplegging vanwege de bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Verdachte schuldig aan dood door schuld, maar geen straf of maatregel opgelegd.