ECLI:NL:RBROT:2008:BG6359
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van den Hurk
- Derkx
- Lamers-Wilbers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens verontschuldigbare onmacht bij dodelijk verkeersongeval
Op 5 oktober 2007 veroorzaakte de verdachte een frontale botsing door plotseling op de weghelft van het tegemoetkomende verkeer te rijden, waarbij een tegenligger om het leven kwam. De rechtbank onderzocht of de verdachte verwijtbaar handelde. De verdachte verklaarde een black-out te hebben gehad, waardoor hij de controle over zijn voertuig verloor.
De rechtbank onderzocht factoren als vermoeidheid, medicijngebruik (antidepressivum Efexor) en een eerdere black-out in 2003. Uit verklaringen en medisch advies bleek dat de verdachte zorgvuldig had gehandeld met betrekking tot medicijngebruik en dat vermoeidheid niet onzorgvuldig was. Ook was er geen reden om te veronderstellen dat hij zijn rijvaardigheid onvoldoende had laten onderzoeken na de eerdere black-out.
Een getuige meldde wisselende snelheid en het overschrijden van de middenlijn, maar er was geen aanwijzing dat de verdachte hiervan bewust was. De rechtbank concludeerde dat de black-out verontschuldigbare onmacht was, waardoor de verdachte geen schuld treft aan het ongeval. De verdachte werd vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit en ontslagen van alle rechtsvervolging, ondanks dat het subsidiair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen werd.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens verontschuldigbare onmacht door een black-out bij een dodelijk verkeersongeval.