ECLI:NL:RBROT:2008:BF2228
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig nemen nieuw besluit na vernietiging bezwaar Werkloosheidswet
Eiser had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) van 30 november 2007 waarin zijn aanvraag om een uitkering op grond van de Werkloosheidswet werd afgewezen. De rechtbank vernietigde dit besluit op 8 juli 2008 en bepaalde dat verweerder binnen vier weken een nieuw besluit op bezwaar moest nemen.
Eiser stelde vervolgens dat verweerder niet tijdig aan deze uitspraak had voldaan en verzocht om oplegging van een dwangsom. Verweerder betoogde dat de termijn nog niet was verstreken vanwege opschorting van de werking van de uitspraak op grond van artikel 19 van Pro de Beroepswet.
De rechtbank overwoog dat de opschortende werking inderdaad geldt totdat de termijn voor hoger beroep is verstreken of het hoger beroep is beslist. Omdat in de eerdere uitspraak niet was vermeld dat de termijn aanving na onherroepelijkheid, was het begrijpelijk dat eiser dacht dat de termijn al was verstreken. Desondanks was het beroep prematuur en ongegrond. De rechtbank wees het verzoek om een dwangsom af en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat de termijn voor het nemen van een nieuw besluit nog niet is verstreken.