ECLI:NL:RBROT:2008:BF1958
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot schadevergoeding wegens niet vestigen tweede hypotheekrecht op woonhuis
Eiseres heeft aan gedaagde een vordering tot schadevergoeding ingesteld wegens het niet nakomen van de toezegging een tweede hypotheekrecht te vestigen op het woonhuis van gedaagde als zekerheid voor leningen aan een vennootschap. Gedaagde betwist de vordering en voert aan dat hij geen partij is bij de leningsovereenkomsten en dat de eventuele hypotheekovereenkomst is vernietigd door zijn echtgenote wegens ontbreken van haar toestemming.
De rechtbank stelt vast dat het woonhuis de echtelijke woning betreft en dat voor het vestigen van een hypotheekrecht op deze woning de toestemming van de echtgenote vereist is op grond van artikel 1:88 BW Pro. De echtgenote heeft schriftelijk vernietiging van de hypotheekovereenkomst verklaard. Gedaagde moet bewijzen dat deze verklaring van zijn echtgenote afkomstig is.
Indien gedaagde dit bewijs niet levert, kan de vordering gegrond zijn op een aparte afspraak tussen eiseres en gedaagde. De rechtbank overweegt dat gedaagde tekort is geschoten door de hypotheek niet te vestigen, maar de omvang van de schade wordt betwist. Indien het bewijs van vernietiging wordt geleverd, vervalt de vordering. Een beroep op onrechtmatige daad wordt afgewezen wegens ontbreken van bewuste misleiding en causaal verband.
De rechtbank draagt gedaagde op het bewijs te leveren en houdt verdere beslissingen aan in afwachting van bewijslevering. De vordering in voorwaardelijke reconventie wordt eveneens aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af tenzij gedaagde niet bewijst dat de hypotheekovereenkomst rechtsgeldig is vernietigd door zijn echtgenote.