ECLI:NL:RBROT:2008:BF1907
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. van den Heuvel
- C. Laukens
- J. van den Bos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontslag promovendus na onvoldoende functioneren en procedurele toetsing
Eiser, een promovendus, werd ontslagen wegens onvoldoende functioneren op basis van twee beoordelingen over zijn prestaties. Hij maakte bezwaar tegen het ontslag en stelde onder meer dat de samenstelling van de bezwaaradviescommissie niet voldeed, dat de beoordelingen niet correct waren vastgesteld en dat het ontslag onterecht was.
De rechtbank stelde vast dat de eerste beoordeling formeel en correct was vastgesteld en dat de tweede beoordeling voldoende was gemotiveerd, ondanks betwisting door eiser. De bezwaaradviescommissie bestond uit juristen, wat volgens de rechtbank passend was omdat het ging om een beoordeling van de rechtspositie. Wetenschappelijke deskundigheid was aanwezig in de promovenduscommissie.
De rechtbank oordeelde verder dat het opleidings- en begeleidingsplan weliswaar niet volgens de regels was verstrekt, maar dat eiser hierdoor niet in zijn belangen was geschaad. Het totale beeld van onvoldoende functioneren bleef bestaan, waardoor het ontslagbesluit terecht was genomen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslag van de promovendus wordt ongegrond verklaard.