ECLI:NL:RBROT:2008:BE9337
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over erfgrens, erfdienstbaarheden en hinder tussen erfpachters
De rechtbank Rotterdam heeft op 30 juli 2008 uitspraak gedaan in een civiele zaak tussen buren die erfpachter zijn van aangrenzende percelen. Het geschil betreft onder meer de exacte erfgrens, de aanwezigheid en omvang van erfdienstbaarheden, de staat en verwijdering van een keermuur en wilgen, het oprichten van een scheidsmuur, en vermeende hinder door activiteiten op het perceel van gedaagden.
De rechtbank stelde vast dat de erfgrens zoals ingemeten door het Kadaster niet betwist werd en gaf daarvoor een verklaring voor recht. De vorderingen tot verwijdering van ophogingen en bestrating, en tot vergoeding van schade aan een schuur, werden afhankelijk gesteld van de vraag of een erfdienstbaarheid van uitpad bestond en de omvang daarvan. Partijen kregen gelegenheid om hierover nadere akten te nemen en bewijs te leveren.
De rechtbank oordeelde dat de kosten van de Kadaster-opdracht niet door gedaagden hoefden te worden betaald vanwege het ontbreken van een meningsverschil over de erfgrens. De vordering tot oprichting van een scheidsmuur werd eveneens afhankelijk gesteld van het bestaan van de erfdienstbaarheid. De vordering tot verwijdering van wilgen en het staken van hinderlijke activiteiten werd afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en bewijs.
De rechtbank hield verdere beslissing aan en verwees naar een rolzitting voor aktewisseling en eventuele bewijsvoering. De zaak betreft complexe burenrechtelijke kwesties met betrekking tot eigendom, gebruik en hinder.
Uitkomst: Erfgrens vastgesteld, kostenveroordeling afgewezen, overige vorderingen aangehouden voor nadere bewijsvoering.