ECLI:NL:RBROT:2008:BD9330
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verbod op gunning opdracht bodemonderzoek wegens onduidelijke ervaringseis en schending gelijke behandeling
In deze zaak stond de aanbestedingsprocedure van DCMR voor milieukundige bodemonderzoeken centraal. Vanderhelm was aanvankelijk als winnende inschrijver aangewezen, maar DCMR kwam later terug op deze beslissing vanwege twijfels over de omzet- en ervaringseisen. De ervaringseis, zoals geformuleerd in het aanbestedingsdocument, bleek onduidelijk en niet eenduidig, waardoor inschrijvers niet op dezelfde wijze konden worden beoordeeld.
Vanderhelm stelde dat DCMR haar gerechtvaardigd vertrouwen had gewekt met de oorspronkelijke gunningsbeslissing en dat de eisen onduidelijk waren geformuleerd. DCMR betoogde dat Vanderhelm niet aan de eisen voldeed en dat zij daarom terug mocht komen op de gunning. De voorzieningenrechter oordeelde dat de ervaringseis onvoldoende transparant was geformuleerd, waardoor het gelijkheidsbeginsel was geschonden.
Verder bleek uit de accountantsverklaringen dat Vanderhelm aan de omzeteis voldeed. Ook was DCMR tekortgeschoten in haar informatieverstrekking aan inschrijvers door niet alle communicatie over de procedure aan Vanderhelm bekend te maken. De rechtbank verbood DCMR daarom om de opdracht aan Tauw te gunnen en veroordeelde DCMR in de proceskosten.
Uitkomst: DCMR is verboden om de opdracht bodemonderzoek aan Tauw te gunnen wegens onduidelijke ervaringseis en schending van het gelijkheidsbeginsel.