ECLI:NL:RBROT:2008:BD9244
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onverschuldigde betaling na frauduleuze overboeking door Rabobank
De Rabobank heeft een bedrag van €7.542,11 onverschuldigd aan de gedaagde betaald door een frauduleuze overboeking van een zakelijke relatie van de bank. De zakelijke relatie had geen toestemming gegeven voor deze afschrijving, die plaatsvond op of rond 1 december 2004. De Rabobank vergoedde het bedrag aan haar zakelijke relatie en vorderde het vervolgens terug van de gedaagde, die het niet betaalde.
De gedaagde voerde verweer dat zij te goeder trouw was en niet wist van de frauduleuze bijschrijving, en dat de Rabobank onvoldoende zorgvuldig had gehandeld bij de controle van de betalingsopdracht. De rechtbank oordeelde dat dit verweer niet relevant is voor de terugvordering op grond van onverschuldigde betaling volgens artikel 6:203 lid 2 BW Pro. De wet geeft de Rabobank recht op teruggave van het betaalde bedrag, ongeacht of de gedaagde het geld al had uitgegeven.
De rechtbank verwierp het beroep op artikel 6:204 BW Pro dat de ontvanger beschermt bij onzorgvuldig beheer als hij geen rekening hoefde te houden met terugbetaling. Dit artikel beperkt niet het recht op terugvordering van een geldsom. De Rabobank kreeg daarom gelijk en de gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het bedrag vermeerderd met wettelijke rente vanaf 15 juni 2005. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen. De gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €7.542,11 met wettelijke rente aan de Rabobank.