ECLI:NL:RBROT:2008:BD9231
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- De Bruin
- Rechtspraak.nl
Invordering dwangsommen door gemeente afgewezen wegens verjaring
De gemeente [eiseres-1] vorderde betaling van dwangsommen van [gedaagde-A], die sinds 1994 sekscampers exploiteerde op een carpoolplaats zonder vergunning. Na een besluit van het college van B&W in 2002 en een dwangsombeschikking in 2003, stelde de gemeente dat [gedaagde-A] de exploitatie na 14 juni 2005 voortzette en daardoor de maximale dwangsom verbeurde.
[gedaagde-A] voerde verweer dat de vordering niet ontvankelijk was, onder meer omdat de gemeente geen geldig procesbesluit had genomen en de vordering verjaard was volgens artikel 5:35 Awb Pro. De rechtbank oordeelde dat het procesbesluit wel toereikend was en passeerde dat verweer. Echter, de rechtbank stelde vast dat de gemeente pas in maart 2006 een rechtsgeding startte, meer dan zes maanden na de dwangsomaanzegging, en onvoldoende bewijs leverde dat de verjaring was gestuit.
De rechtbank concludeerde dat de vordering verjaard was en wees deze af. Tevens werd de gemeente veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door rechter De Bruin.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot invordering van dwangsommen af wegens verjaring.