ECLI:NL:RBROT:2008:BD8255
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boeteoplegging en clementieregeling in bouwfraudezaak GWW-sector
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van Gebr. De Leeuw B.V. en Holding Gebrs. De Leeuw B.V. tegen een boete opgelegd door de Nederlandse Mededingingsautoriteit wegens deelname aan een kartel in de grond-, weg- en waterbouwsector (GWW). De boete was gebaseerd op een systeem van vooroverleg tussen 1998 en 2001, waarbij ondernemingen afspraken maakten over werkverdeling en inschrijfgedrag.
De rechtbank oordeelde dat de versnelde procedure, waarbij deelnemers afstand doen van inhoudelijk verweer in ruil voor een boetevermindering van 15%, rechtsgeldig was toegepast en dat de voorwaarden daarvan duidelijk waren gecommuniceerd. De rechtbank verwierp het betoog dat de rechten van verdediging werden geschaad en bevestigde dat door deelname aan de versnelde procedure de feiten en overtreding als vaststaand gelden.
Verder werd geoordeeld dat de keuze van de aanbestedingsomzet van 2001 als boetegrondslag niet onredelijk was en dat verweerder binnen zijn beleidsvrijheid handelde bij het toepassen van de clementieregeling en het weigeren van clementiekorting aan eiseres vanwege het ontbreken van tijdige en additionele informatie. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boeteoplegging wegens kartelvorming in de GWW-sector wordt ongegrond verklaard.