ECLI:NL:RBROT:2008:BD7159
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergunningplicht en verklaring onderlinge waarborgmaatschappij Garantborg
Garantborg, een onderlinge waarborgmaatschappij, heeft beroep ingesteld tegen twee besluiten van De Nederlandsche Bank (DNB) waarin haar aanvraag voor een verklaring en vergunning werd afgewezen. De eerste afwijzing betrof een verklaring ingevolge het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994, de tweede het buiten behandeling stellen van vergunningaanvragen onder de Wet op het financieel toezicht (Wft).
De rechtbank overweegt dat Garantborg kwalificeert als schadeverzekeraar onder zowel de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 (Wtv 1993) als de Wft. DNB heeft terecht geoordeeld dat Garantborg niet voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling en dat de betrouwbaarheid van de beleidsbepaler niet buiten twijfel staat. De rechtbank onderschrijft deze beoordeling en wijst het beroep af.
Verder oordeelt de rechtbank dat DNB bevoegd was de aanvragen buiten behandeling te stellen wegens onvolledigheid en dat de geboden hersteltermijnen redelijk waren. Het beroep tegen het buiten behandeling stellen wordt eveneens ongegrond verklaard. De rechtbank ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen van Garantborg tegen de besluiten van DNB worden ongegrond verklaard en de vergunningplicht wordt bevestigd.