ECLI:NL:RBROT:2008:BD6961
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzet tegen dwangbevelen belastingdienst wegens onvoldoende bewijs misbruik bevoegdheid
Tulp Vastgoed, een detailhandel in damesbovenkleding, had in de periode januari tot september 2006 niet tijdig haar belastingverplichtingen nagekomen. De belastingdienst (de Ontvanger) vaardigde daarop meerdere dwangbevelen uit en probeerde executiemaatregelen te treffen. Tulp Vastgoed stelde dat de Ontvanger onrechtmatig handelde door executiemaatregelen te treffen die het voortbestaan van haar onderneming zouden frustreren en door niet in te gaan op betalingsvoorstellen, terwijl anderen coulanter werden behandeld.
De rechtbank stelde vast dat de Ontvanger tot op heden geen executiemaatregelen had getroffen met betrekking tot de betwiste dwangbevelen, waardoor het verzet op dat punt niet gegrond was. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het zwaarwegende belang van de Ontvanger bij uitwinning slechts in uitzonderlijke gevallen wijkt voor de belangen van de belastingplichtige. Er was geen sprake van een uitzonderingssituatie die misbruik van bevoegdheid of disproportioneel handelen rechtvaardigde.
Verder was er geen bewijs dat de Ontvanger willekeurig had gehandeld door het weigeren van een betalingsregeling, aangezien Tulp Vastgoed de eerdere regeling niet had nageleefd en geen beleidsverplichting bestond tot het opnieuw aanbieden van een regeling. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen, en de vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad werd eveneens afgewezen omdat het verzet niet evident kansloos was.
Uitkomst: Het verzet van Tulp Vastgoed tegen de dwangbevelen wordt afgewezen en de vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt niet toegewezen.