ECLI:NL:RBROT:2008:BD6485
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Boven
- Boer
- Van den Enden
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte dubbele moord Spijkenisse wegens onvoldoende bewijs
Op 27 juni 2008 sprak de rechtbank Rotterdam verdachte vrij van de ten laste gelegde dubbele moord in Spijkenisse in mei 2006. Verdachte werd ervan beschuldigd samen met een ander twee personen te hebben gedood met een vuurwapen, met als motief de roof van verdovende middelen.
De officier van justitie baseerde zich op verklaringen van een medeverdachte en diens moeder, schoensporen, telefoongegevens en het ontbreken van een controleerbare alibi-verklaring van verdachte. De verdediging voerde aan dat er geen wettig en overtuigend bewijs was, onder meer vanwege het ontbreken van DNA-sporen en de onbetrouwbaarheid van getuigenverklaringen.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van de medeverdachte op cruciale punten niet overeenkwamen met het forensisch bewijs en dat het schoenspoor te algemeen was om verdachte te verbinden aan de plaats delict. Ook de telefoongegevens boden onvoldoende bewijs. Daarnaast werd een schending van het verschoningsrecht vastgesteld door het niet tijdig vernietigen van geheimhoudersgesprekken, maar dit leidde niet tot niet-ontvankelijkheid van het OM.
Gelet op het ontbreken van overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij. De vordering tot gevangenneming werd afgewezen en de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen. De rechtbank veroordeelde hen tevens in de kosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van dubbele moord.