ECLI:NL:RBROT:2008:BD5530
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing gedeelte rentevordering doorlopende krediet wegens derogerende werking redelijkheid en billijkheid
Partijen sloten in 1997 een doorlopende kredietovereenkomst waarbij IDM Financieringen B.V. aan [gedaagde1] en [gedaagde2] een kredietfaciliteit verstrekte. Na echtscheiding in 1999 werd de lening toegedeeld aan [gedaagde2]. Vanaf eind 2002 werden geen betalingen meer verricht. Pas in 2006 werd door IDM een betalingsachterstand geconstateerd en opeising van het gehele saldo aangekondigd.
IDM vorderde betaling van het volledige openstaande bedrag inclusief rente. [gedaagde1] verweerde zich met een beroep op verjaring en op de redelijkheid en billijkheid, stellende dat IDM te lang heeft gewacht met opeising waardoor de rente onredelijk hoog is opgelopen.
De rechtbank verwierp het verweer van verjaring, omdat opeising plaatsvond in 2006 en de rente onderdeel uitmaakt van het opeisbare saldo. Wel oordeelde de rechtbank dat IDM haar bijzondere zorgplicht heeft geschonden door niet tijdig tot opeising over te gaan, waardoor het onaanvaardbaar is dat [gedaagde1] de rente over de periode 1999-2006 volledig moet betalen.
De rechtbank stelde de rente ex aequo et bono vast op € 6.600,- en wees het meerdere af. De vordering jegens [gedaagde2] werd volledig toegewezen. Proceskosten werden deels gecompenseerd. Het vonnis werd gewezen door mr. M. Verkerk.
Uitkomst: Gedeeltelijke afwijzing van de rentevordering jegens [gedaagde1] wegens schending bijzondere zorgplicht en redelijkheid en billijkheid.