ECLI:NL:RBROT:2008:BD4894
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens ongeldige cessie van telecomvordering
In deze zaak vordert eiseres betaling van abonnements- en gesprekskosten van gedaagde, gebaseerd op een cessieakte uit 2002 waarbij het telecombedrijf haar vorderingen aan eiseres overdroeg. Gedaagde betwist de rechtsgeldigheid van deze cessie omdat hij pas in 2005 een overeenkomst met het telecombedrijf sloot, na de datum van de cessie.
De kantonrechter overweegt dat voor een geldige cessie de vordering of de rechtsverhouding waaruit deze voortvloeit ten tijde van de cessie reeds moet bestaan. Omdat de cessieakte dateert van 6 september 2002 en de overeenkomst tussen gedaagde en het telecombedrijf pas op 24 februari 2005 tot stand kwam, bestond de vordering ten tijde van de cessie niet.
Eiseres heeft geen cessieakte overgelegd die aansluit bij de datum waarop de vordering daadwerkelijk ontstond. Daarom is de cessie niet rechtsgeldig en kan eiseres de vordering niet op grond daarvan opeisen. De vordering wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens ongeldige cessie omdat de vordering ten tijde van de cessie nog niet bestond.