ECLI:NL:RBROT:2008:BD4118

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
294980 / HA ZA 07-2743
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 EEX-VoArt. 23 EEX-Vo
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheidsincident over forumkeuzebeding in algemene voorwaarden tussen MSOS en Serdijn

In deze civiele procedure vordert MSOS betaling van €45.997,50 van Serdijn voor verrichte werkzaamheden aan een Sulzer-machine op een motorschip. Serdijn betwist de bevoegdheid van de Rechtbank Rotterdam op basis van een forumkeuzebeding in de algemene voorwaarden van MSOS, waarin de rechtbanken van Antwerpen als exclusief bevoegd zijn aangewezen.

De Rechtbank van Koophandel te Antwerpen had zich eerder onbevoegd verklaard omdat het forumkeuzebeding niet voldeed aan de eisen van artikel 23 EEX Pro-Verordening. De Nederlandse rechtbank erkent deze beslissing en oordeelt dat zij op grond van artikel 2 EEX Pro-Verordening bevoegd is omdat Serdijn woonplaats in Rotterdam heeft.

De rechtbank wijst de incidentele vordering van Serdijn af en verklaart zich bevoegd om van de hoofdzaak kennis te nemen. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling. Serdijn wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst de incidentele vordering van Serdijn af.

Uitspraak

Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 294980 / HA ZA 07-2743
Uitspraak: 14 mei 2008
VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:
de vennootschap naar Belgisch recht
KSD- MECHANICAL SERVICES ON SITE N.V.,
gevestigd te Antwerpen, België,
eiseres in de hoofdzaak,
gedaagde in het incident,
procureur mr. S.P.J.F. Zwanen,
- tegen -
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SERDIJN SHIP REPAIR B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
procureur mr. M.C.V. Dornstedt.
Partijen worden hierna aangeduid als "MSOS" respectievelijk "Serdijn".
1 Het verloop van het geding
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- dagvaarding d.d. 24 oktober 2007 met producties;
- incidentele conclusie, houdende voorwaardelijke exceptie van onbevoegdheid;
conclusie van antwoord in het incident.
2 De vaststaande feiten
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover in het incident van belang - het volgende vast:
2.1 Op 20 december 2006 heeft de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen vonnis gewezen in een procedure aanhangig gemaakt door MSOS tegen Serdijn, waarbij de rechtbank zich onbevoegd heeft verklaard kennis te nemen van de vordering van MSOS.
De rechtbank heeft - onder meer en voor zover van belang - in dit vonnis het volgende overwogen:
“(…)
IV. B. Forumbeding
- Artikel 13 van Pro de algemene voorwaarden van MSOS stelt uitdrukkelijk dat elke geschil m.b.t. de geldigheid, interpretatie en uitvoering van de overeenkomst uitsluitend dient behandeld te worden door de rechtbanken van Antwerpen.
Opdat de voorwaarden kunnen worden tegengesteld aan SERDIJN dienen deze voorwaarden, en meer specifiek deze m.b.t. het bevoegdheidsbeding, te voldoen aan de grond- en vormvereisten weergegeven in artikel 23 EEX Pro-Vo.
(..)
MSOS toont niet voldoende naar recht aan dat het door haar ingeroepen forumbeding aan één van deze voorwaarden voldoet t.a.v. eisende partijen.
(..)
IV.D. Artikel 2 EEX Pro-Vo
- Op basis van het bovenstaande dient de rechtbank de toepassing van artikel 2 EEX Pro-Vo. te weerhouden en is het de rechter van de maatschappelijke zetel van SERDIJN die bevoegd is kennis te nemen van onderhavig geschil.
(…)”
3 De vordering
in de hoofdzaak
3.1 De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Serdijn te veroordelen aan MSOS te betalen een bedrag van € 45.997,50, vermeerderd met de wettelijke handelsrente, althans de wettelijke rente, vanaf 9 september 2005, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Serdijn in de kosten van deze procedure.
MSOS heeft aan de vordering de stelling ten grondslag gelegd dat zij in 2005 in opdracht van Serdijn werkzaamheden - het ‘uitvonken’ van een afgebroken tapeind in een cilinderblok van een Sulzer-machine RL90 - heeft verricht aan boord van het motorschip MSC Samantha voor een bedrag van € 45.997,50 welk bedrag Serdijn tot op heden onbetaald heeft gelaten.
in het bevoegdheidsincident
3.2 Serdijn vordert dat de rechtbank zich bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad onbevoegd zal verklaren om van de vordering van MSOS kennis te nemen, zulks voorwaardelijk, namelijk voor het geval MSOS zich beroept op de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden.
3.3 MSOS heeft geconcludeerd tot bevoegdverklaring van deze rechtbank, met veroordeling van Serdijn in de kosten van het onderhavige incident.
MSOS heeft hiertoe aangevoerd dat zij het geschil op grond van artikel 2 Verordening Pro (EG) nr. 44/2001 van de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelzaken (hierna: EEX-Vo) heeft voorgelegd aan de rechtbank van de woonplaats van Serdijn.
4 De beoordeling
in het incident
4.1 Serdijn heeft de bevoegdheid van deze rechtbank - voorwaardelijk - vóór alle weren betwist.
Naar de rechtbank begrijpt legt Serdijn aan deze voorwaardelijke incidentele vordering de stelling ten grondslag dat voor zover MSOS zich in de procedure - in zijn algemeenheid - zou beroepen op de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden, zij gebonden is aan het in die voorwaarden bevoegd verklaarde gerecht te Antwerpen, zodat deze rechtbank in dat geval onbevoegd is.
4.2 Serdijn heeft haar woonplaats in Rotterdam zodat deze rechtbank op grond van artikel 2 EEX Pro-Vo bevoegd is om van de vordering van MSOS kennis te nemen.
4.3 De Rechtbank van Koophandel te Antwerpen heeft in eerdergenoemd vonnis geoordeeld dat zij niet bevoegd is om van de vordering van MSOS kennis te nemen omdat het bevoegdheidsbeding in de algemene voorwaarden van MSOS niet voldoet aan de eisen van artikel 23 EEX Pro-Vo.
Die beslissing van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen wordt door de Nederlandse rechter zonder meer erkend. Daarom is bevoegdheid van de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen niet langer aan de orde.
4.4 De voorwaardelijke incidentele vordering van Serdijn zal derhalve worden afgewezen.
5 De beslissing
De rechtbank,
in het incident
wijst af de vordering van Serdijn;
veroordeelt Serdijn in de proceskosten tot aan deze uitspraak aan de zijde van MSOS bepaald op nihil aan vast recht en overige verschotten en op € 894,- aan salaris voor de procureur;
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van woensdag 25 juni 2008 voor conclusie van antwoord aan de zijde van Serdijn.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.P. Sprenger.
Uitgesproken in het openbaar.
1295/1928