ECLI:NL:RBROT:2008:BD2351
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering Verklaring Omtrent het Gedrag wegens onvoldoende motivering
Verzoeker vroeg op 6 augustus 2007 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan voor zijn functie als operationeel medewerker bij International Lashing Services B.V. De Minister van Justitie weigerde de VOG op 27 september 2007, waarna bezwaar en beroep volgden. De rechtbank oordeelt dat de weigering onvoldoende is gemotiveerd, met name omdat de Minister niet adequaat heeft meegewogen dat verzoeker met gesloten containers werkt en de werkgever bereid was hem weer in dienst te nemen.
Verzoeker had meerdere veroordelingen, waaronder voor overtredingen van het Wetboek van Strafrecht en de Opiumwet, maar kreeg relatief lichte straffen. De rechtbank stelt dat de Minister bij de beoordeling ook rekening had moeten houden met de aard van de opgelegde straffen en de specifieke functie-inhoud, hetgeen niet is gebeurd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en beveelt de Minister binnen vier weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens worden griffierecht en proceskosten aan verzoeker vergoed. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de VOG wordt vernietigd en de Minister wordt bevolen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen.