ECLI:NL:RBROT:2008:BD2051
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting verrekening vordering curator en tegenvordering failliete vennootschap
De curator van de failliete vennootschap [eiser] vordert betaling van Dijco B.V. van een bedrag van €26.530,49 en buitengerechtelijke kosten, wegens uitgevoerde transporten en openstaande facturen. Dijco betwist de vordering primair en voert subsidiair een beroep op verrekening aan, gesteund op artikel 53 Faillissementswet Pro, waarbij zij stelt dat de wederzijdse vorderingen voor faillissement zijn ontstaan en dat verrekening geoorloofd is.
De curator bestrijdt het beroep op verrekening en voert aan dat de tegenvordering onvoldoende is onderbouwd, met name de fustfactuur en palletmutaties die Dijco aanvoert. De curator wijst op het ontbreken van orderbonnen en correcte administratie en betwist de juistheid van de overzichten. Tevens stelt de curator dat artikel 6:136 BW Pro niet van toepassing is vanwege artikel 53 FW Pro.
Tijdens de comparitie erkent Dijco de hoofdsom van de vordering van de curator en accepteert verrekening voor een deel van €313,79. Voor het overige deel van de tegenvordering blijft betwisting bestaan. De rechtbank oordeelt dat Dijco nadere stukken moet overleggen ter onderbouwing van haar tegenvordering en stelt de zaak aan voor verdere aktewisseling. Tot die tijd wordt iedere beslissing aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en verwijst de zaak voor nadere stukken over de tegenvordering.