ECLI:NL:RBROT:2008:BD1794
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tenuitvoerlegging voorwaardelijk ontslag wegens plichtsverzuim bij gemeentelijke medewerker
Eiser, een medewerker van de gemeentelijke reinigingsdienst, kreeg op 13 augustus 2003 voorwaardelijk ontslag opgelegd wegens plichtsverzuim, met een proeftijd van drie jaar en bijzondere voorwaarden zoals respectvol gedrag en naleving van verkeersregels.
Tijdens de proeftijd werden drie incidenten vastgesteld: het uitschelden van een vrouw, een verkeersovertreding met een vuilniswagen en bedreigingen richting P&O-adviseurs. Verweerder besloot daarop het voorwaardelijk ontslag ten uitvoer te leggen, wat eiser betwistte.
De rechtbank oordeelt dat het eerdere besluit van voorwaardelijk ontslag in rechte onaantastbaar is en dat de overtredingen voldoende aannemelijk zijn. De gedragingen van eiser zijn in strijd met de voorwaarden en rechtvaardigen de tenuitvoerlegging. De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat verweerder in redelijkheid tot het besluit kon komen.
Uitkomst: Het beroep tegen de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk ontslag wordt ongegrond verklaard.