ECLI:NL:RBROT:2008:BD0144
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.F.C. Francken
- J.S. Holthuis
- S.G. Groenhof
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing extra vergunningsvoorwaarde rondvluchten Lion Air
Lion Air had bij besluit van 10 februari 2006 een extra voorwaarde opgelegd gekregen aan haar rondvluchtenvergunning door de minister van Verkeer en Waterstaat, omdat zij eerder met niet-vermelde en onverzekerde vliegtuigen had gevlogen. Deze voorwaarde was niet opgenomen in het oorspronkelijke besluit van 8 juli 2004, waardoor Lion Air niet eerder haar grieven kon uiten.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van 10 februari 2006 als een primair besluit moet worden gezien, maar om proceseconomische redenen als een beslissing op bezwaar werd behandeld. Lion Air stelde dat de extra voorwaarde in strijd was met het gelijkheidsbeginsel omdat zij zwaarder werd belast dan andere maatschappijen.
De rechtbank stelde vast dat de minister bevoegd was om voorwaarden aan de vergunning te verbinden, ook bij verlenging. De overtredingen van Lion Air rechtvaardigden de extra voorwaarde. Er was geen sprake van vergelijkbare situaties met andere maatschappijen, zodat het gelijkheidsbeginsel niet was geschonden. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Lion Air tegen de extra vergunningsvoorwaarde wordt ongegrond verklaard.