ECLI:NL:RBROT:2008:BC8604
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Daalmeijer
- Trotman
- Frankruijter
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs overschrijding vergunningsplicht opslag gasflessen
De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak tegen een vennootschap die werd verdacht van het opslaan van gasflessen met een gezamenlijke waterinhoud van meer dan 10.000 liter zonder vergunning, in strijd met de Wet milieubeheer en het Besluit opslag- en transportbedrijven milieubeheer (BOTM).
De kern van het geschil betrof de vraag of nieuwe, gereinigde lege gasflessen meegeteld moeten worden bij de berekening van de totale waterinhoud. De officier van justitie stelde dat alleen volle en gebruikte lege gasflessen meetellen vanwege de mogelijke aanwezigheid van restgassen, terwijl de verdediging betoogde dat nieuwe lege flessen niet meegeteld hoeven te worden.
Op de zitting werd vastgesteld dat er 183 volle gasflessen met een gezamenlijke waterinhoud van 7.320 liter en 119 lege gasflessen aanwezig waren. Het dossier en de zitting boden echter geen duidelijkheid of de lege flessen nieuw of gebruikt waren. Hierdoor kon niet worden bewezen dat de toegestane waterinhoud van 10.000 liter was overschreden.
De rechtbank oordeelde dat de juiste rechtspersoon was gedagvaard en dat de tenlastelegging niet wettig en overtuigend was bewezen. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vennootschap vrij van het ten laste gelegde feit.
De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke bewijsvoering omtrent de aard van de opgeslagen gasflessen bij de toepassing van milieuregelgeving en vergunningplicht.
Uitkomst: Verdachte vennootschap wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van overschrijding vergunningsplicht opslag gasflessen.