ECLI:NL:RBROT:2008:BC6670
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering wegens onvoldoende bewijs woonplaats gedaagde
In deze civiele procedure heeft de rechtbank Rotterdam een incidenteel bevoegdheidsincident behandeld waarbij gedaagde moest bewijzen dat zijn woonplaats of feitelijke verblijfplaats in Brasschaat is gelegen. Gedaagde heeft meerdere stukken overgelegd, waaronder een inschrijving in Brasschaat en kadastrale uittreksels, maar zag af van het horen van getuigen.
Eiseres betwistte de woonplaats van gedaagde op grond van diverse feiten, waaronder het gezamenlijk op vakantie gaan met zijn vrouw en kinderen, het feit dat hij werkzaamheden in Nederland verricht en dat hij een woning in Goedereede bewoont. Ook stelde eiseres dat de inschrijving in Brasschaat belastingtechnisch gemotiveerd is en eenvoudig te verkrijgen.
De rechtbank oordeelde dat de overgelegde stukken onvoldoende bewijs vormen om vast te stellen dat gedaagde daadwerkelijk in Brasschaat woont. De bewijsopdracht is daarmee niet geslaagd en de incidentele vordering wordt afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de kosten van het incident. De hoofdzaak wordt verwezen naar een latere rolzitting.
Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vordering af wegens onvoldoende bewijs van woonplaats in Brasschaat.