ECLI:NL:RBROT:2008:BC6663
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onrechtmatigheid gebruikte bewoordingen in beslagrekest en tuchtverweer
Eisers vorderen dat gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld door het gebruik van grievende en onjuiste bewoordingen in een beslagrekest en in een tuchtprocedure, waardoor hun eer en goede naam zouden zijn aangetast. De vordering is gebaseerd op een geschil rondom conservatoir beslaglegging op vermogensbestanddelen van eisers, waaronder een onroerende zaak en roerende zaken.
De rechtbank stelt vast dat de gebruikte bewoordingen in het beslagrekest tendentieus zijn, maar niet zodanig onjuist of grievend dat zij onrechtmatig zijn. De mededelingen zijn gedaan in het kader van een juridische procedure waarbij paulianeus handelen werd betoogd, en de bewoordingen bereikten slechts een beperkt aantal betrokkenen. Daarnaast is onvoldoende onderbouwd welke specifieke mededelingen onrechtmatig zouden zijn.
De klacht tegen de advocaat van gedaagde in de tuchtprocedure is eveneens afgewezen door de Raad van Discipline. Gelet op de feiten en omstandigheden, waaronder de aard van het beslagrekest en de beperkte openbaarheid, concludeert de rechtbank dat geen sprake is van onrechtmatig handelen door gedaagden.
De vordering van eisers wordt afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten van gedaagden. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van eisers af en veroordeelt hen in de proceskosten.