ECLI:NL:RBROT:2008:BC6634
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid na uittreding vennoot uit vennootschap onder firma voor kredietovereenkomst
Op 1 juni 2000 werd de vennootschap onder firma Leanti opgericht met twee vennoten. Op 8 mei 2003 sloot Leanti een kredietovereenkomst met ABN AMRO voor € 25.000. Op 22 oktober 2003 trad een van de vennoten uit, maar dit werd pas op 16 december 2003 geregistreerd. Op 5 december 2003 nam de andere vennoot € 24.000 op, waarbij de uittredende vennoot zich niet aansprakelijk achtte voor deze schuld.
ABN AMRO sommeerde betaling van de schuld en stelde dat beide vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn volgens artikel 18 WvK Pro. De uittredende vennoot voerde aan dat zij niet aansprakelijk is omdat zij uitgetreden was en dat de bank bekend was met beperkingen in de bevoegdheid tot opnames, waarvoor toestemming van de andere vennoot vereist was.
De rechtbank stelt vast dat de uittreding niet tijdig was ingeschreven en dat de uittredende vennoot de schijn heeft gewekt nog vennoot te zijn, waardoor zij hoofdelijk aansprakelijk blijft. De rechtbank erkent dat de bevoegdheidsbeperkingen niet duidelijk zijn en stelt de vennoot in de gelegenheid bewijs te leveren over de beperkingen en de gevolgen van het ontbreken van haar toestemming voor de opname. ABN AMRO krijgt vervolgens de mogelijkheid om hierop te reageren.
De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering en verdere beslissing. De rechtbank benadrukt dat interne afspraken tussen vennoten niet werken tegenover derden zoals de bank.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en stelt partijen in de gelegenheid nadere stukken te overleggen over bevoegdheidsbeperkingen en aansprakelijkheid.