ECLI:NL:RBROT:2008:BC6335
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Fiege
- Rechtspraak.nl
Uitleg begrip medische eindtoestand bij ongevallenverzekering en vaststelling uitkering blijvende invaliditeit
Op 27 mei 1997 liep eiser tijdens zijn werk als pijplasser een mediale collum femoris fractuur rechts op. Zijn werkgever had een collectieve ongevallenverzekering afgesloten bij Ace, die uitkering biedt bij blijvende invaliditeit volgens polisvoorwaarden met verwijzing naar de AMA Guides.
Eiser stelde dat Ace ten onrechte al op basis van het eerste rapport van de orthopaedisch chirurg uit 1999 tot uitkering was overgegaan, omdat toen geen sprake was van een medische eindtoestand. Ace verweerde zich met het argument dat het eerste rapport een medische eindtoestand aangaf en dat de uitkering uiterlijk twee jaar na het ongeval vastgesteld moest worden.
De rechtbank oordeelde dat het begrip 'blijvende toestand van invaliditeit' in artikel 5.9.0 van de polisvoorwaarden niet aan de AMA Guides kan worden getoetst, maar aan de bevindingen van een deskundige. Het eerste rapport sprak van een relatieve, niet definitieve medische eindtoestand met een reële verwachting van kopnecrose binnen 3 tot 5 jaar, zodat toen geen definitieve uitkering kon worden vastgesteld.
Ace had de uitkering pas in 2001 vastgesteld, zonder aanvullend onderzoek. Het tweede rapport uit 2004 stelde een blijvende invaliditeit van 20% vast. De rechtbank veroordeelde Ace tot uitkering op basis van dit percentage, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 8 juli 2004, en wees de vordering van eiser toe.
Ace werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Ace moet uitkeren op basis van 20% blijvende invaliditeit volgens het tweede rapport, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 8 juli 2004.