ECLI:NL:RBROT:2008:BC4314
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in schuldsanering en ontruiming
Verzoekers, die een schuldsaneringtraject volgen sinds juni 2007, vroegen de rechtbank om een voorlopige voorziening op grond van artikel 287 lid 4 Faillissementswet Pro. Zij stelden dat een schuldeiser niet akkoord ging met het minnelijk voorstel en dat verhuurder Vestia dreigde met ontruiming. In een handgeschreven toelichting werd gemeld dat ontruiming binnen vijf dagen zou plaatsvinden.
De rechtbank constateerde echter dat verzoekers hun stellingen onvoldoende met stukken hadden onderbouwd, met name wat betreft de spoedeisendheid. Het bijgevoegde rapport vermeldde geen concrete informatie over ontruimingsdatum of beslaglegging. De schuldhulpverlenende instantie bevestigde telefonisch dat er geen datum voor ontruiming bekend was, geen ontruiming gepland stond en geen loonbeslag was gelegd.
Op basis hiervan concludeerde de rechtbank dat er geen situatie bestond die toewijzing van de voorlopige voorziening rechtvaardigde. Het verzoek werd daarom afgewezen. Over de verzoeken tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zou separaat worden beslist en de verzoekers zouden hierover op korte termijn worden geïnformeerd.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisendheid en onvoldoende onderbouwing.