ECLI:NL:RBROT:2008:BC4076
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vonnis over vergoeding hoortoestel en anticipatie op toekomstig beleid UWV
Eiser verzocht het UWV om vergoeding van de kosten van zijn hoortoestel, na aftrek van een gedeeltelijke vergoeding door zijn zorgverzekeraar, ter hoogte van €1.707,95. Het UWV wees dit aanvankelijk af, maar wijzigde later het besluit en kende een vergoeding van €700 toe, anticiperend op nieuw beleid dat nog niet van kracht was.
De rechtbank oordeelt dat de bevoegdheid van het UWV tot het toekennen van voorzieningen voortvloeit uit artikel 35 van Pro de Wet WIA en artikel 2 van Pro het Reïntegratiebesluit. Ten tijde van de aanvraag van eiser gold er geen beleid dat de vergoeding beperkte. Het anticiperen op het nog niet in werking getreden beleid door het UWV leidt tot een onredelijke beperking van de vergoeding.
Verder is het beroep van eiser tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk verklaard, omdat het tweede besluit het eerste deels heeft herroepen. De rechtbank vernietigt het tweede besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel en beveelt het UWV om opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Proceskosten worden niet toegewezen omdat eiser geen beroepsmatig rechtshulpverlener inschakelde.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk, het beroep tegen het tweede besluit gegrond verklaard en het tweede besluit vernietigd.