ECLI:NL:RBROT:2007:BD2049
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding en onvoldoende re-integratie
De werkneemster was sinds april 2005 arbeidsongeschikt en er zijn meerdere pogingen gedaan tot re-integratie, die telkens werden bemoeilijkt doordat zij zich weer ziek meldde. Ondanks een verklaring van herstel in juni 2006, hervatte zij haar werkzaamheden niet volledig. In januari 2007 weigerde zij aangeboden passende werkzaamheden te verrichten en meldde zich opnieuw ziek, wat door de werkgever niet werd geaccepteerd. De werkgever staakte daarop de loonbetaling.
De werkneemster stelde dat de werkgever onvoldoende had gedaan aan haar re-integratie, terwijl de werkgever stelde dat de werkneemster zelf verantwoordelijk was voor de verstoring van de arbeidsverhouding. Het UWV oordeelde dat de werkgever onvoldoende en ongeschikte re-integratie-inspanningen had verricht, met name het ontbreken van een vaste werkplek.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsverhouding ernstig verstoord was en het vertrouwen ontbrak om de arbeidsovereenkomst voort te zetten. De ontbinding werd uitgesproken met een vergoeding van €14.600 bruto aan de werkneemster, waarbij rekening werd gehouden met de gedeelde verwijtbaarheid en de bestaande uitkeringsregelingen. Proceskosten werden gecompenseerd en de werkgever kreeg gelegenheid om het verzoek in te trekken.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 15 mei 2007 met een vergoeding van €14.600 bruto aan de werkneemster.