ECLI:NL:RBROT:2007:BC2260
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit wegens onvoldoende zorgplicht bij knieletsel tijdens IBT-oefening
Eiser raakte op 18 februari 2003 tijdens een IBT-oefening gewond aan zijn knie door een steen die werd gegooid. Verweerder, de DJI, stelde dat de beschermende kleding voldoende was en dat alle maatregelen waren getroffen om schade te voorkomen. De rechtbank constateert echter dat niet duidelijk is of de kniebescherming correct werd gedragen of dat het materiaal deugdelijk was. Ook ontbraken rapporten van betrokken instructeurs over voorzorgsmaatregelen.
Verweerder gebruikte bij de oefening echte stenen in plaats van de gebruikelijke houten blokken, wat extra risico's met zich meebrengt. Eerder onderzoek en stukken boden onvoldoende inzicht in de toedracht en de zorgvuldigheid van de genomen maatregelen. Daarnaast was onduidelijk of eiser schade had geleden en of die schade het gevolg was van het ongeval.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet heeft aangetoond aan zijn zorgplicht te hebben voldaan en dat het bestreden besluit niet zorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder veroordeeld in de proceskosten. Verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende naleving van de zorgplicht door verweerder.