ECLI:NL:RBROT:2007:BC1722
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Kort geding over wedertewerkstelling kapitein na incident met schip en op non-actiefstelling
Eiser, kapitein van een schip, werd op non-actief gesteld na een incident waarbij schade aan het schip ontstond. De werkgever HAL stelde dat de kapitein onzorgvuldig had gehandeld, wat leidde tot een gronding. De Raad voor de Scheepvaart besloot aanvankelijk geen onderzoek in te stellen, maar herzag dit later.
Eiser vorderde in kort geding wedertewerkstelling, stellende dat de op non-actiefstelling onterecht en disproportioneel was en dat HAL hem onvoldoende had geïnformeerd. HAL verdedigde de schorsing als gerechtvaardigd gezien de ernst van het incident en de verantwoordelijkheid van de kapitein.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de op non-actiefstelling aanvankelijk rechtsgeldig was, maar dat na de beslissing van de Raad om geen onderzoek te doen HAL de kapitein had moeten wedertewerkstellen. Door de latere heropening van het onderzoek en de lange procedure was het echter redelijk om de op non-actiefstelling nog kort te laten voortduren tot de uitspraak van de Raad.
HAL werd veroordeeld tot wedertewerkstelling per 1 januari 2008, met een dwangsom bij niet-naleving, en in de proceskosten. De zaak benadrukt het belang van zorgvuldigheid en proportionaliteit bij op non-actiefstelling en de noodzaak van duidelijke communicatie door de werkgever.
Uitkomst: HAL wordt veroordeeld tot wedertewerkstelling van de kapitein per 1 januari 2008 met een dwangsom bij niet-naleving.