ECLI:NL:RBROT:2007:BC1150
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Mentink
- Rechtspraak.nl
Betaling geldlening en proceskostenveroordeling tussen Heineken en gedaagde
Heineken vordert betaling van een geldlening van €7.143,61 vermeerderd met contractuele rente van 1% per maand vanaf 5 december 2006, alsmede proceskosten en nakosten. Gedaagde verwijst zich ter besparing van kosten aan het oordeel van de rechtbank in een gelijkluidende zaak en verzoekt geen proceskostenveroordeling.
De rechtbank oordeelt dat de vordering van Heineken rechtmatig en gegrond is en derhalve toewijsbaar. Er is geen reden om af te wijken van artikel 237 lid 1 Rv Pro, aangezien Heineken geheel in het gelijk wordt gesteld en de kosten niet onnodig zijn gemaakt. De vordering tot nakosten wordt afgewezen omdat deze prematuur is; nakosten kunnen later via artikel 237 lid 4 Rv Pro worden gevorderd.
De proceskosten zijn opeisbaar vanaf de betekening van het vonnis, waarbij gedaagde nog niet in verzuim was. Een betalingstermijn van veertien dagen wordt redelijk geacht. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf veertien dagen na betekening. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van geldlening met rente en proceskosten, nakostenvordering wordt afgewezen.