ECLI:NL:RBROT:2007:BC0460
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens vermeende partijdigheid bij getuigenverhoor
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter-commissaris wegens het niet uitstellen van het verhoor van een tweede getuige om dit te laten samenvallen met het verhoor van een derde getuige. De raadsman van verzoeker stelde dat deze handelwijze de rechterlijke onpartijdigheid schaadde en de waarheidsvinding in gevaar bracht.
De rechter-commissaris had aangegeven dat het verhoor van de tweede getuige eventueel verplaatst had kunnen worden indien tijdig een verzoek om uitstel was gedaan. De raadsman van verzoeker had dit verzoek echter pas op de dag van het verhoor ingediend, waardoor de rechter-commissaris een belangenafweging maakte die niet in het voordeel van verzoeker uitviel.
De meervoudige kamer concludeerde dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid opleverden. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard. De beslissing werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 18 december 2007.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor partijdigheid.