ECLI:NL:RBROT:2007:BC0215
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Fiege
- Rechtspraak.nl
Geen onvoorwaardelijke overeenkomst door voorbehoud goedkeuring directie bij verkoop tankstations
MoZa en Texaco waren in onderhandeling over de verkoop van twee tankstations in Den Haag. Texaco deed een aanbod onder het nadrukkelijke voorbehoud van goedkeuring door haar directie. MoZa stelde dat er een onvoorwaardelijke overeenkomst was gesloten en dat Texaco onrechtmatig handelde door de verkoop niet door te zetten.
De rechtbank onderzocht of MoZa het aanbod van 15 november 2005 onvoorwaardelijk had aanvaard en of Texaco gebonden was aan de conceptovereenkomsten. Hoewel er overeenstemming was over de essentialia, bleef het voorbehoud van goedkeuring door de directie van kracht. De rechtbank oordeelde dat MoZa er niet gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat dit voorbehoud was komen te vervallen.
Texaco had gemotiveerd betwist dat haar directie akkoord was gegaan en toegelicht dat een beleidswijziging na 1 januari 2006 leidde tot het intrekken van het aanbod. MoZa had dit onvoldoende betwist. De rechtbank wees de vorderingen van MoZa af en veroordeelde haar in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van MoZa af wegens het voorbehoud van goedkeuring door de directie van Texaco.